ECLI:NL:RBDHA:2026:10856
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot omgang en inzage financiële rekeningen tussen gevolmachtigden van dementerende moeder
In deze zaak staan twee broers tegenover elkaar, beiden als gevolmachtigde van hun moeder die lijdt aan gevorderde dementie. De broers zijn het eens over de wilsonbekwaamheid van hun moeder en handelen op basis van een levenstestament waarin zij beiden als gevolmachtigden zijn benoemd met ruime volmachten.
De procedure betreft geschillen over de omgang met moeder en het beheer van haar vermogen, waarbij de ene broer de volmacht van de ander wilde schorsen en inzage eiste in financiële transacties, met name betalingen aan een materiedeskundige en advocaat. Na eerdere procedures en een vaststellingsovereenkomst zijn de conventionele vorderingen ingetrokken, maar de reconventionele vorderingen deels in stand gebleven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de omgangsregeling in het belang van moeder is en beveelt dat de broer die de woning beheert de andere broer toestaat haar samen met zijn echtgenote op vaste tijden te bezoeken. Tevens wordt bepaald dat communicatie over deze contactmomenten per e-mail moet verlopen met reactietermijnen. Inzage in de rekening van een specifieke betaling aan de materiedeskundige wordt toegewezen, maar de vordering tot terugbetaling van deze kosten uit eigen middelen wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt omgangsregeling en inzage in financiële rekeningen, wijst terugbetaling uit eigen middelen af.