Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10798

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16308 NL26.16315
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

Verzoekers, waaronder minderjarige kinderen, hadden een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de besluiten van de minister van Asiel en Migratie. De minister had hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van de Dublin-verordening.

De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken op 21 april 2026, samen met andere zaken met vergelijkbare inhoud. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak op de beroepen tegen de bestreden besluiten, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter wees daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. P.J. Blok en is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.16308 en NL26.16315

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] en [verzoekster] , V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] ,

mede namens hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] ,
verzoekers
(gemachtigde: mr. M. van Werven),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. H. van Dooren).

Procesverloop

Bij besluiten van 23 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL26.16307 en NL26.16314, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Koca. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16307 en NL26.16314, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.