ECLI:NL:RBDHA:2026:10784
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling ouderschap na overlijden vermeende vader
Verzoeker, geboren in 2004, heeft geen juridische vader en verzoekt de rechtbank om het vaderschap van een overleden man vast te stellen. De rechtbank overweegt dat de erfgenamen van de overleden man niet als belanghebbenden worden aangemerkt in deze procedure.
Volgens artikel 1:207 BW Pro kan het vaderschap worden vastgesteld op verzoek van het kind, ongeacht de leeftijd, zonder termijn. Verzoeker is ontvankelijk in zijn verzoek. De rechtbank benadrukt dat voor vaststelling van het vaderschap doorgaans een DNA-rapport vereist is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
Verzoeker heeft e-mails en een verklaring van zijn moeder overgelegd, maar dit bewijs is onvoldoende om het vaderschap vast te stellen. Daarom moet verzoeker binnen drie maanden nadere stukken, waaronder DNA-onderzoek, overleggen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot 1 juli 2026.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling vaderschap wordt aangehouden en verzoeker krijgt drie maanden om DNA-onderzoek te overleggen.