Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10784

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
C/09/681008 / FA RK 25-1511
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling ouderschap na overlijden vermeende vader

Verzoeker, geboren in 2004, heeft geen juridische vader en verzoekt de rechtbank om het vaderschap van een overleden man vast te stellen. De rechtbank overweegt dat de erfgenamen van de overleden man niet als belanghebbenden worden aangemerkt in deze procedure.

Volgens artikel 1:207 BW Pro kan het vaderschap worden vastgesteld op verzoek van het kind, ongeacht de leeftijd, zonder termijn. Verzoeker is ontvankelijk in zijn verzoek. De rechtbank benadrukt dat voor vaststelling van het vaderschap doorgaans een DNA-rapport vereist is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.

Verzoeker heeft e-mails en een verklaring van zijn moeder overgelegd, maar dit bewijs is onvoldoende om het vaderschap vast te stellen. Daarom moet verzoeker binnen drie maanden nadere stukken, waaronder DNA-onderzoek, overleggen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot 1 juli 2026.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling vaderschap wordt aangehouden en verzoeker krijgt drie maanden om DNA-onderzoek te overleggen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1511
Zaaknummer: C/09/681008
Datum beschikking: 27 maart 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 3 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L.E.M. Elbertse te Pijnacker.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoeker met zijn advocaat, alsmede de moeder van verzoeker.

Feiten

- Verzoeker is op [geboortedatum 1] 2004 te [geboorteplaats 1] geboren uit [naam 1] .
- Verzoeker heeft geen juridische vader.
- [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1964 te [geboorteplaats 2] , is op [datum] 2024 te [plaats] overleden.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [naam 2] over verzoeker, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Belanghebbenden
In een procedure tot gerechtelijke vaststelling ouderschap wordt/worden de aangewezen vader of – of indien deze vader is overleden – diens afstammelingen als belanghebbende(n) aangemerkt. De erfgenamen, naar de rechtbank begrijpt zijn dat de twee broers van [naam 2] , worden daarom niet aangemerkt als belanghebbenden in deze procedure.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van de moeder – tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt – of van het kind. De wet stelt voor kinderen geen termijn waarbinnen een verzoek tot vaststelling van het ouderschap moet worden ingediend. Verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Volgens vaste jurisprudentie dient voorafgaand aan de vaststelling van het vaderschap van een man een DNA-rapport te worden overgelegd waaruit blijkt dat de man de verwekker van het kind is. Onder bepaalde omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. Een DNA-onderzoek teneinde het verwekkerschap van [naam 2] te bewijzen is niet aanwezig.
Ter onderbouwing van zijn stelling dat [naam 2] zijn verwekker is, heeft verzoeker verschillende e-mails tussen zijn moeder en [naam 2] overgelegd, alsmede een verklaring van zijn moeder, waarin zij aangeeft tijdens de verwekkingsperiode van verzoeker alleen seksueel contact te hebben gehad met [naam 2] .
Naar het oordeel van de rechtbank is het voorgaande onvoldoende om te kunnen concluderen dat [naam 2] de verwekker is van verzoeker. Derhalve zal middels de uitkomsten van een DNA-onderzoek bewijs moeten worden geleverd ten aanzien van het verwekkerschap. De minst ingrijpende methode zou zijn dat directe familieleden van [naam 2] medewerking verlenen aan DNA-onderzoek.
De rechtbank ziet aanleiding om verzoeker in de gelegenheid te stellen om zijn verzoek uiterlijk binnen drie maanden na heden met nadere stukken te onderbouwen.

Beslissing

De rechtbank:
stelt verzoeker in de gelegenheid om zijn verzoek uiterlijk binnen drie maanden na de datum van deze beschikking met nadere stukken te onderbouwen;

houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 juli 2026 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2026.