ECLI:NL:RBDHA:2026:10749
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voornaamswijziging en afwijzing erkenning gewijzigde geslachtsnaam
Verzoekster, met de Nederlandse en Britse nationaliteit, verzocht de rechtbank Den Haag om haar voornamen te wijzigen en haar geslachtsnaam te erkennen zoals gewijzigd in het buitenland. De rechtbank stelde vast dat de voornaamswijziging een zwaarwichtig belang diende en geoorloofd was volgens artikel 1:4 BW Pro, en besloot dit verzoek toe te wijzen.
Het verzoek tot erkenning van de gewijzigde geslachtsnaam, gebaseerd op een Schotse statutory declaration en een Brits paspoort, werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vereiste voor erkenning van een naamswijziging in Nederland is dat deze is vastgelegd in een bevoegde akte volgens de plaatselijke voorschriften. De overgelegde verklaring voldeed hier niet aan, mede omdat onduidelijk was of de verklaring inhoudelijk was getoetst door de ondertekenaar.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot erkenning van de gewijzigde geslachtsnaam niet kon worden toegewezen wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige wijziging in het buitenland. De beschikking werd uitgesproken op 27 maart 2026 door rechter C. Witteman.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam toegewezen, verzoek tot erkenning van gewijzigde geslachtsnaam afgewezen wegens onvoldoende bewijs.