De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een voogd te benoemen voor een minderjarige geboren in 2025, die niet onder ouderlijk gezag staat omdat de moeder minderjarig is en onbekend is wie de vader is. De minderjarige verblijft momenteel bij de oma van moederszijde, maar de Raad heeft zorgen over de opvoedingssituatie en de mogelijkheid dat de belangen van het kind niet voldoende worden gewaarborgd.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, ondanks de Bulgaarse nationaliteit van het kind. De moeder is nog minderjarig en daardoor onbevoegd tot het gezag. De voorlopige voogdij was eerder voor drie maanden toegekend, maar omdat de moeder nog minderjarig blijft, moet er een definitieve voogd worden benoemd.
De Raad acht het niet verantwoord om de voogdij bij de oma of het netwerk te beleggen vanwege de vele zorgen, waaronder taalbarrières en bedreigingen. Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering is bereid de voogdij te aanvaarden en wordt door de rechtbank benoemd als voogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 26 maart 2026.