ECLI:NL:RBDHA:2026:10744
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met schizofrenie en middelenstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1987, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.
De advocaat voerde aan dat betrokkene zich niet herkent in de diagnose en verzocht primair om afwijzing van het verzoek wegens mogelijke voortzetting van zorg op vrijwillige basis, subsidiair om beperking van de duur van verplichte zorg tot zes maanden en beperking van insluiting tot veertien dagen en opname tot vier maanden. De behandelaar stelde dat betrokkene momenteel in goeden doen is, maar zonder zorgmachtiging de medicatie niet zal accepteren en het risico op ernstig nadeel toeneemt.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige psychische stoornissen heeft met een geschiedenis van geweldsdelicten en psychotische episoden, waarbij ernstig nadeel onverminderd aanwezig is. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden en verplichte zorg is noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank wees het verzoek tot beperking van de duur van verplichte zorg af, omdat dit niet noodzakelijk is en de zorgmachtiging reeds proportioneel en medisch verantwoord is. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur tot 26 maart 2027 met de gevraagde vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting en opname. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de aansluitende zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg voor de duur tot 26 maart 2027.