Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
C/09/700876 / FA RK 26-2254
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met schizofrenie en middelenstoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1987, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.

De advocaat voerde aan dat betrokkene zich niet herkent in de diagnose en verzocht primair om afwijzing van het verzoek wegens mogelijke voortzetting van zorg op vrijwillige basis, subsidiair om beperking van de duur van verplichte zorg tot zes maanden en beperking van insluiting tot veertien dagen en opname tot vier maanden. De behandelaar stelde dat betrokkene momenteel in goeden doen is, maar zonder zorgmachtiging de medicatie niet zal accepteren en het risico op ernstig nadeel toeneemt.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige psychische stoornissen heeft met een geschiedenis van geweldsdelicten en psychotische episoden, waarbij ernstig nadeel onverminderd aanwezig is. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden en verplichte zorg is noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.

De rechtbank wees het verzoek tot beperking van de duur van verplichte zorg af, omdat dit niet noodzakelijk is en de zorgmachtiging reeds proportioneel en medisch verantwoord is. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur tot 26 maart 2027 met de gevraagde vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting en opname. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de aansluitende zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg voor de duur tot 26 maart 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/700876 / FA RK 26-2254
Datum beschikking: 26 maart 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.S. Kamphuis te Alkmaar.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 4 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 23 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 maart 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een eigen plan van aanpak van 25 februari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- namens Parnassia, de behandelaar, [naam 2] .
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over dit verzoek, heeft de rechtbank hem aangetekend opgeroepen voor de zitting. De advocaat heeft voorafgaand aan de zitting contract opgenomen met betrokkene. Betrokkene is volgens de advocaat op de hoogte van de zitting, maar kiest ervoor niet bij de zitting aanwezig te zijn. Hij is niet bereid gehoord te worden. Zijn advocaat is gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de betrokkene op de hoogte is van de zitting en dat hij niet bereid is zich te doen horen.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat betrokkene zich niet herkent in hetgeen beschreven is in de medische verklaring. Betrokkene kan zich evenmin vinden in de gestelde diagnose. Er bestaat een verschil in inzicht ten aanzien van het depot en betrokkene accepteert dit alleen om opname in de kliniek te voorkomen. In de toekomst zal er aandacht moeten zijn voor de noodzaak van de medicatie. Op dit moment verzet betrokkene zich niet tegen de behandeling. De advocaat heeft primair verzocht om afwijzing van het verzoek wegens de mogelijkheid van het voortzetten van de zorg in vrijwillig kader. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. Betrokkene staat open voor de samenwerking en heeft een eigen plan van aanpak opgesteld. Ten aanzien van de vormen van zorg heeft de advocaat verzocht om ‘insluiten’ telkens te beperken tot veertien dagen. Wat betreft een opname heeft de advocaat verzocht dit telkens te beperken tot maximaal vier maanden.
De behandelaar heeft naar voren gebracht dat betrokkene op dit moment in goeden doen is. Hij wordt behandeld met depotmedicatie, maar er is geen vertrouwen dat betrokkene de medicatie blijvend zal accepteren zonder zorgmachtiging. Daarbij geeft betrokkene aan dat hij de medicatie niet wenst in te nemen. Op verzoek van betrokkene vinden de contactmomenten eens in de vier weken plaats. Naast schizofrenie is betrokkene bekend met een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene heeft geen ziektebesef of -inzicht en maakt de keuze om te blijven blowen. Indien de toediening van antipsychotica niet wordt voortgezet, neemt het risico op ernstig nadeel toe. In de afgelopen periode hebben zich incidenten voortgedaan in de woning van betrokkene. Hierbij kan het zijn dat betrokkene onverstandige keuzes maakt met betrekking tot welke personen hij toegang geeft tot zijn woning. De familie van betrokkene heeft het beste met hem voor. Zij zijn van mening dat de depotmedicatie moet worden gecontinueerd om decompensatie te voorkomen.
Wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alle verzochte vormen nodig. Het is niet wenselijk om dit in duur te beperken.

Beoordeling

Op 16 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 16 maart 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is in behandeling in verband met schizofrenie, waarbij er meerdere psychotische episoden zijn geweest. In het verleden is betrokkene onder meer veroordeeld voor doodslag op zijn vader (in 2006) en andere geweldsdelicten. Tijdens de laatste opname(s) was betrokkene ook verbaal agressief en bedreigde hij mensen met de dood. Ook uitte hij bedreigingen richting zijn familie. Betrokkene is tijdens een psychose niet in staat zijn gedrag te reguleren. Zo werd hij de laatste keer opgenomen wegens onvoorspelbaar gedrag in het centrum van Den Haag, waarbij het voor betrokkene niet meer mogelijk was adequaat contact te maken en instructies op te volgen. Daarnaast was betrokkene tijdens eerdere psychoses vermagerd, met slechte zelfzorg en hygiëne. Hij heeft ook gezworven. Verder is het contact met anderen, zoals zijn familie, ernstig verstoord geraakt.
Het ernstig nadeel is dus onverminderd aanwezig.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene zou het liefst stoppen met de medicatie en de behandeling. Hij vindt niet dat hij psychotisch is geweest. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat om enkele vormen van verplichte zorg in duur te beperken af. Los van de praktische bezwaren die een dergelijke beperking in duur voor de instelling en de behandelaren zou kunnen opleveren, acht de rechtbank een dergelijke beperking niet noodzakelijk om de belangen van betrokkene te waarborgen. Met de zorgmachtiging en de daarbij toegewezen vormen van verplichte zorg hebben de behandelaren weliswaar de mogelijkheid om gedurende de volledige termijn van de zorgmachtiging een bepaalde vorm van verplichte zorg te verlenen, maar mogen zij dat uitsluitend zolang dat vanuit medisch perspectief noodzakelijk en proportioneel is en gerechtvaardigd wordt door de situatie van betrokkene. Daarmee wordt de duur van de (vorm van) verplichte zorg reeds voldoende ingeperkt.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 maart 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Bouman, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 maart 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.