ECLI:NL:RBDHA:2026:10735
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij niet-toekenning WIA-uitkering
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om haar bezwaar tegen de niet-toekenning van een WIA-uitkering niet-ontvankelijk te verklaren wegens te late indiening.
Zij verzocht om een voorschot of tijdelijke financiële voorziening totdat definitief op haar beroep is beslist. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, een vereiste voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Hoewel verzoekster betalingsachterstanden en financiële problemen aantoonde, waaronder een dreigende dwanginvordering en zorgpremieachterstand, was niet gebleken dat er een acute financiële noodsituatie bestond. Haar partner is zelfstandig ondernemer met een beperkt inkomen, maar er was geen bewijs van een afgewezen bijstandsaanvraag of onomkeerbare situatie.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.