ECLI:NL:RBDHA:2026:10682
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening mvv-aanvraag moeder wegens ontbreken zwaarwegend spoedeisend belang
Verzoekster, moeder van een in Nederland verblijvende persoon met een verblijfsvergunning, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om zich bij haar zoon en diens gezin in Nederland te voegen. De minister heeft dit verzoek afgewezen wegens het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om gedurende de bezwaarprocedure als houder van een mvv te worden beschouwd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire verzoek geen voorlopig karakter heeft en toewijzing onomkeerbare gevolgen zou hebben.
Hoewel verzoekster een zorgbehoefte heeft, blijkt uit het medische rapport onvoldoende concreet welke zorg zij nodig heeft en waarom deze zorg specifiek door haar zoon en diens gezin moet worden verleend. Ook is onduidelijk of het zorgalternatief in Turkije niet kan worden voortgezet.
Daarom is geen sprake van een zwaarwegend spoedeisend belang dat toewijzing van de voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.