ECLI:NL:RBDHA:2026:10662
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. Verzoeker is het niet eens met deze beslissing en heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd en tevens beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld en constateert dat op dezelfde dag een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.6187). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.