ECLI:NL:RBDHA:2026:10659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege overvolle opvang in Duitsland, het ontbreken van recht op rechtsbijstand en het risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Duitsland. Hij verwees naar openbare bronnen en het AIDA-rapport.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het Duitse asiel- en opvangsysteem structurele tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest opleveren. De generieke verwijzingen zijn onvoldoende en de minister mocht ervan uitgaan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt.
Ook het argument dat Duitsland geen onvoorwaardelijk recht op gratis rechtsbijstand biedt, faalt omdat de Procedurerichtlijn dit niet vereist. Daarnaast is geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die een overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.