De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 25 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot 29 juni 2026. Dit besluit volgt op een eerdere beschikking van 22 december 2025, waarin de ondertoezichtstelling reeds was verlengd tot 29 maart 2026. De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek tot verlenging vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige.
De minderjarige wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd, vooral door het structureel ontbreken van contact met de moeder. De moeder verbleef van januari tot 17 maart 2026 op Curaçao, waardoor de bezoekregeling niet kon plaatsvinden en de minderjarige haar sinds november 2025 niet heeft gezien. De minderjarige vertoont op school en thuis gedrag dat duidt op de impact van deze situatie. Er is geadviseerd EMDR-therapie te starten, voorafgegaan door Words & Pictures.
De vader stemt in met de verlenging en benadrukt het belang van continuering van het contact tussen moeder en minderjarige, evenals de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling. De moeder erkent het gebrek aan contact maar wenst dit wel. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, gezien de voortdurende bedreiging van de ontwikkeling en het onvermogen van de vader om zelfstandig de zorgen weg te nemen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister.