Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10651

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
C/09/694987 / JE RK 25-2001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 25 maart 2026 besloten de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot 29 juni 2026. Dit besluit volgt op een eerdere beschikking van 22 december 2025, waarin de ondertoezichtstelling reeds was verlengd tot 29 maart 2026. De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek tot verlenging vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige.

De minderjarige wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd, vooral door het structureel ontbreken van contact met de moeder. De moeder verbleef van januari tot 17 maart 2026 op Curaçao, waardoor de bezoekregeling niet kon plaatsvinden en de minderjarige haar sinds november 2025 niet heeft gezien. De minderjarige vertoont op school en thuis gedrag dat duidt op de impact van deze situatie. Er is geadviseerd EMDR-therapie te starten, voorafgegaan door Words & Pictures.

De vader stemt in met de verlenging en benadrukt het belang van continuering van het contact tussen moeder en minderjarige, evenals de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling. De moeder erkent het gebrek aan contact maar wenst dit wel. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, gezien de voortdurende bedreiging van de ontwikkeling en het onvermogen van de vader om zelfstandig de zorgen weg te nemen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 29 juni 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/694987 / JE RK 25-2001
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R. Charité uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 22 december 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 29 maart 2026 en het verzoek voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de voormelde beschikking van 22 december 2025, en de daarin vermelde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 12 maart 2026.
1.3.
Op 25 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader met zijn advocaat;
- de moeder.

2.De feiten

2.1.
Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 22 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek en verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de resterende duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd vanwege zorgen over het structureel ontbreken van contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Ook laat [de minderjarige] op school en in de thuissituatie gedrag zien wat erop wijst dat zij nog steeds last heeft van deze situatie. Er is geadviseerd om EMDR-therapie voor [de minderjarige] op te starten. Jeugdformaat heeft aangegeven dat eerst Words & Pictures moet worden ingezet voordat [de minderjarige] kan starten met EMDR-therapie. Verder is het de afgelopen maanden niet gelukt om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder vorm te geven of uit te breiden. De moeder is in januari 2026 naar Curaçao gegaan en zij is pas op 17 maart 2026 teruggekeerd. De bezoekregeling heeft daardoor geen doorgang kunnen vinden en [de minderjarige] heeft de moeder nu sinds november 2025 niet meer gezien. Volgens de gecertificeerde instelling lukt het de vader op dit moment niet voldoende om zelfstandig de nog bestaande zorgen over [de minderjarige] weg te nemen. Omdat de situatie met de moeder tot heden niet is veranderd en de hulpverlening voor [de minderjarige] nog moet starten, is het van groot belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft totdat de hulpverlening kan worden overgedragen naar het vrijwillig kader.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzochte. Het gaat goed met [de minderjarige] bij de vader. De vader heeft aangegeven dat [de minderjarige] op dit moment minder last lijkt te hebben van de situatie met de moeder, maar hij denkt wel dat EMDR-therapie nodig is voor [de minderjarige] . Het is daarbij belangrijk dat het contact tussen de moeder en [de minderjarige] blijft doorlopen en dat [de minderjarige] weet waar ze aan toe is. De advocaat heeft aanvullend naar voren gebracht dat het voor de vader lastig is dat de moeder wisselend is in haar gedrag. Er moeten de komende tijd een aantal dingen geregeld worden, en zonder betrokkenheid van de gecertificeerde instelling is dat lastig voor de vader. De vader staat erachter dat de hulpverlening wordt overgedragen naar het vrijwillig kader, maar op dit moment kan dat nog niet.
4.2.
De moeder is het eens met het verzoek. De moeder heeft op dit moment geen contact met [de minderjarige] , maar zij wil dit wel. Het lukt de moeder niet om contact met op te starten. Ook het videobellen komt niet van de grond.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] heeft in haar leven veel onrust en instabiliteit meegemaakt. Het is fijn dat het goed gaat met [de minderjarige] bij de vader en dat zij het goed doet op school. Er bestaan nog wel grote zorgen over het ontbreken van (structureel) contact tussen [de minderjarige] en de moeder. De afgelopen maanden is het niet gelukt om de omgang op te starten vanwege het verblijf van de moeder op Curaçao. Ook het videobellen is niet van de grond gekomen. In de thuissituatie en op school wordt gezien dat [de minderjarige] last heeft van het ontbreken van het contact met de moeder. Binnenkort zal Words & Pictures en aansluitend EMDR-therapie voor [de minderjarige] worden ingezet om hetgeen zij heeft meegemaakt te verwerken. De kinderrechter ziet dat de vader betrokken en welwillend is, maar ook dat het de vader op dit moment niet lukt om zelfstandig de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling daarom nog steeds noodzakelijk. Ter zitting is ook duidelijk geworden dat de gecertificeerde instelling voornemens is om de hulpverlening op termijn over te dragen naar het vrijwillig kader. Er is hiervoor een aanmelding gedaan bij de gemeente Leidschendam-Voorburg. De komende maanden is het dan ook van belang dat wordt onderzocht of een warme overdracht van de hulpverlening naar het vrijwillig kader mogelijk is. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen voor de resterende drie maanden.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 29 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.