Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10648

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16688
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Bulgarije

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting en verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL26.16687, waarin reeds op het beroep is beslist. Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 mei 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16688

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Met het besluit van 24 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16687, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 1 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.