ECLI:NL:RBDHA:2026:10620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en verzoek schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 november 2025 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die van Gambiaanse nationaliteit is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en beoordeelt de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 16 maart 2026, het moment van sluiting van het vorige onderzoek.
Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, mede vanwege het uitblijven van een laissez passer ondanks een aanvraag in september 2025. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Gambia en dat de minister regelmatig navraag doet bij de Gambiaanse autoriteiten. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door het weigeren van vertrekgesprekken en vervoer naar de ambassade, waardoor het voortduren van de bewaring voor zijn rekening komt.
Daarnaast voert eiser aan dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn, mede vanwege zijn medische situatie. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding om dit oordeel te wijzigen, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting. Er is geen sprake van onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.