Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10602

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
C/09/700295 / JE RK 26-309
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M. de Kleine
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke thuissituatie en schoolverzuim

De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 10 oktober 2026. Dit verzoek werd gemotiveerd door aanhoudend schoolverzuim, zorgelijk gedrag op school met kenmerken van ADHD, en een recent beëindigde relatie van de moeder die de thuissituatie beïnvloedt. De moeder heeft meerdere kinderen en ervaart spanningen die het moeilijk maken om adequate zorg te bieden.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de moeder, vader en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder werkte mee en stond open voor hulpverlening, maar uitte zorgen over gedwongen hulpverlening en wisselingen van jeugdbeschermers. De vader was van mening dat verlenging niet nodig was en dat de hulpverlening nog niet was gestart, maar erkende de afstand en beperkte betrokkenheid.

De kinderrechter constateerde dat het schoolverzuim was verminderd, maar dat de situatie nog niet stabiel was. Er werd positief geoordeeld over de communicatie tussen ouders en de inzet van de moeder. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de hulpverlening wordt opgestart en de draagkracht van de moeder wordt versterkt voordat de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd.

De ondertoezichtstelling werd daarom met zes maanden verlengd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met zes maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/700295 / JE RK 26-309
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader;
- de moeder.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 april 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode heeft [de minderjarige] veel verzuimt op school. Hij werd niet afgemeld door de moeder en zij was slecht bereikbaar. In het najaar van 2025 is een gesprek met de leerplicht geweest en sindsdien is het verzuim verminderd. [de minderjarige] laat op school zorgelijk gedrag zien, zoals boosheid. Ook kan hij respectloos en brutaal reageren, heeft een gebrek aan concentratie, is snel afgeleid en overprikkeld. Er worden kenmerken van ADHD gezien en er is onderzoek nodig om te bepalen wat de beste hulp en aanpak voor hem is. De relatie tussen de moeder en haar ex-partner (dit is niet de vader van [de minderjarige] ) is kortgeleden geëindigd waardoor de gecertificeerde instelling zicht wil houden op de nieuwe thuissituatie en de stabiliteit daarvan. De moeder heeft zeven kinderen en op het moment dat de spanningen oplopen is het voor haar moeilijk om het overzicht te behouden en de kinderen de zorg te bieden die zij nodig hebben. Het is daarom belangrijk dat de moeder iemand heeft die naast haar staat en haar kan helpen met organiseren. De gecertificeerde instelling wil de komende periode werken aan de balans van draagkracht en draaglast van de moeder en het verbeteren van de basiszorg van de kinderen. De gecertificeerde instelling vindt het daarom belangrijk dat de benodigde hulpverlening van de grond komt voordat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten. De hulpverlening vanuit Kracht is nog niet gestart en zal binnenkort beginnen. Ook zal de gecertificeerde instelling de komende periode werken aan het opstellen van een borgingsplan.

4.De standpunten

4.1.
Door de moeder is verweer gevoerd tegen het verzochte. De moeder benoemt dat zij recht heeft op hulpverlening en dat dit kan in het vrijwillig kader. De moeder werkt mee en staat open voor hulpverlening waardoor een ondertoezichtstelling slechts een formaliteit voor gedwongen hulpverlening is. Ze heeft vanwege haar negatieve ervaringen met jeugdzorg – zowel tijdens haar eigen jeugd als tijdens de ondertoezichtstelling van de kinderen – moeite met gedwongen hulpverlening. De moeder heeft een fijne klik met de huidige jeugdbeschermer, maar is bang dat de jeugdbeschermer op den duur ook weer vervangen zal worden door een ander. De samenwerking met school verloopt beter. De problemen omtrent het leerlingenvervoer zijn nog steeds aanwezig waardoor de moeder [de minderjarige] momenteel zelf dagelijks naar school brengt. Omdat de moeder alle kinderen naar school moet brengen is [de minderjarige] hierdoor vaak te laat. Binnenkort heeft de moeder een afspraak met de gemeente voor ander vervoer voor [de minderjarige] . De moeder benoemt dat het gedoe met haar ex-partners voorbij is.
4.2.
Door de vader is verweer gevoerd tegen het verzochte. Een ondertoezichtstelling is volgens de vader niet nodig. Hij heeft inmiddels beter contact met de moeder en meer vertrouwen in haar gekregen. Een ondertoezichtstelling is niet helpend. Ook is het verlengen van de ondertoezichtstelling met als reden dat de hulpverlening nog niet is opgestart een slechte reden volgens de vader. Aangezien de vader aan de andere kant van het land woont heeft hij samen met de moeder afgesproken om [de minderjarige] halverwege te ontmoeten, in een hotel in Almere. Deze momenten vinden om de twee of drie weken plaats, afhankelijk van het werk van de vader. Ook in de vakanties is [de minderjarige] bij de vader, maar de vader ziet graag dat dit wordt uitbreid. De vader benoemt daarnaast dat hij de schooltoestand vervelend vindt. Hij kan de moeder hierin niet helpen. Hij woont te ver weg en het is ook niet de bedoeling dat het contact tussen hen zo snel wordt geïntensiveerd.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Het schoolverzuim van [de minderjarige] is sinds het gesprek met de leerplicht verminderd. Doordat het leerlingenvervoer voor spanningen bij [de minderjarige] heeft gezorgd brengt de moeder [de minderjarige] nu dagelijks naar school, ook al is hij daardoor soms te laat. Op school worden signalen van ADHD gezien, zoals dat [de minderjarige] snel is afgeleid en een gebrek heeft aan concentratie. Ook laat [de minderjarige] zorgelijk gedrag zien. De kinderrechter ziet ook positieve punten in de ontwikkeling van [de minderjarige] . [de minderjarige] begeeft zich niet in een loyaliteitsconflict en er is geen strijd tussen beide ouders over de omgang. Het lukt de vader en de moeder om te communiceren in het belang van [de minderjarige] . De kinderrechter spreekt hiervoor haar complimenten uit naar de vader en de moeder. De moeder heeft daarnaast de afgelopen periode laten zien dat zij zich inzet voor de ontwikkeling van [de minderjarige] en de andere kinderen. Ze staat open voor de begeleiding van de gecertificeerde instelling en hulpverlening. Net als de gecertificeerde instelling, is de kinderrechter van mening dat de situatie bij de moeder duurzaam veranderd moet worden voordat de gecertificeerde instelling er uit stapt. Hiervoor is het van belang dat gestart wordt met de hulpverlening vanuit Kracht. De draagkracht en draaglast van de moeder kan de komende periode gestabiliseerd en versterkt worden zodat de ondertoezichtstelling binnen afzienbare tijd kan worden afgesloten.
5.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 10 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.