De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 10 oktober 2026. Dit verzoek werd gemotiveerd door aanhoudend schoolverzuim, zorgelijk gedrag op school met kenmerken van ADHD, en een recent beëindigde relatie van de moeder die de thuissituatie beïnvloedt. De moeder heeft meerdere kinderen en ervaart spanningen die het moeilijk maken om adequate zorg te bieden.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de moeder, vader en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder werkte mee en stond open voor hulpverlening, maar uitte zorgen over gedwongen hulpverlening en wisselingen van jeugdbeschermers. De vader was van mening dat verlenging niet nodig was en dat de hulpverlening nog niet was gestart, maar erkende de afstand en beperkte betrokkenheid.
De kinderrechter constateerde dat het schoolverzuim was verminderd, maar dat de situatie nog niet stabiel was. Er werd positief geoordeeld over de communicatie tussen ouders en de inzet van de moeder. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de hulpverlening wordt opgestart en de draagkracht van de moeder wordt versterkt voordat de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd.
De ondertoezichtstelling werd daarom met zes maanden verlengd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.