Eiser, een Georgische staatsburger, diende in 2018 een eerste asielaanvraag in Nederland in die werd afgewezen en waartegen hoger beroep eveneens ongegrond werd verklaard. Na terugkeer naar Georgië diende hij in 2025 een tweede asielaanvraag in, met als grond dat hij opnieuw problemen ondervond met familieleden van zijn echtgenote, waaronder mishandeling tijdens een herdenking en daaropvolgende bedreigingen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat het relaas van eiser onvoldoende geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de nieuwe feiten en omstandigheden wel degelijk heeft beoordeeld, maar dat deze voortborduren op het eerder ongeloofwaardig bevonden verhaal. Eiser leverde geen overtuigende documenten of concrete toelichting, ondanks zijn beweringen over trauma en psychische kwetsbaarheid.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser dat het besluit onzorgvuldig was en onvoldoende gemotiveerd. De tegenstrijdigheden in zijn verklaringen, het ontbreken van concrete voorbeelden van bedreigingen en het niet verschijnen bij medisch onderzoek speelden mee in de geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod.