Uitspraak
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
18 december 2025 [10] . Deze uitspraak ziet ook op het aanmerken van het tentenkamp Berseve in Duhok in de KAR als normale woonplaats. De onder 7.2 van de aangehaalde uitspraak geconstateerde gebreken in de besluitvorming van de minister gelden ook voor het door eiser bestreden besluit. De rechtbank maakt daarom de hiervoor aangehaalde overwegingen tot de hare. De rechtbank verwijst ook naar de recente uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 22 december 2025 [11] . In deze uitspraak is de rechtbank op basis van landeninformatie in onderlinge samenhang bezien, afgezet tegen de achtergrond van de historische context van [bevolkingsgroep] ’s in Irak, tot het oordeel gekomen dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de in zie zaak betrokken [bevolkingsgroep] bij terugkeer naar de KAR geen gegronde vrees heeft voor vervolging. De rechtbank maakt ook dat oordeel tot de hare. De minister moet dus nader onderzoek (laten) doen naar de actuele situatie in de KAR voor [bevolkingsgroep] ’s. Op basis van die actuele situatie moet de minister opnieuw beoordelen of eiser als [bevolkingsgroep] in de KAR gegronde vrees heeft voor vervolging. Dat de minister in hoger beroep is gegaan tegen verschillende uitspraken van de rechtbank in diezelfde lijn, maakt het oordeel niet anders. De beroepsgrond slaagt.