Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10570

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
NL26.10267
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk in Dublinprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister heeft deze niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak behandeld en de minister gevraagd om schriftelijk te reageren op de bereidheid tot het aanbieden van een DNA-test om de biologische band tussen verzoeker en zijn gestelde zoon vast te stellen of uit te sluiten.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

De uitspraak is gedaan op 10 april 2026 in het openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het besluit tot overdracht aan Frankrijk wordt geschorst en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.10267
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

(gemachtigde: mr. G. Ocak),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. S. Imami-Kalloemisier).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de beroepszaak NL26.10266, op 10 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y. Gababe in de taal Somalisch. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.868,00.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De voorzieningenrechter heeft de beroepszaak NL26.10266 ter zitting behandeld en de minister desgevraagd in de gelegenheid gesteld om nader schriftelijk te reageren op de vraag of de minister bereid is om aan verzoeker en zijn gestelde zoon een DNA-test aan te bieden, om de biologische band tussen beiden vast te stellen of uit te sluiten.
2. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026 door mr. M.F.A.M. Smeets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.