Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon die vanuit Oekraïne naar Nederland kwam en tijdelijke bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), stelde beroep in tegen een terugkeerbesluit van 7 februari 2024 en een vervangend besluit van 16 juli 2025. Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser per 4 maart 2024 en legde terugkeerbesluiten op.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is ingetrokken. Daarnaast heeft eiser geen belang meer bij het beroep tegen het besluit van 16 juli 2025, omdat hij op 12 augustus 2025 vrijwillig naar Marokko is vertrokken en geen schade of ander belang heeft gesteld dat het beroep rechtvaardigt.
De rechtbank concludeert dat het beroep tegen beide besluiten niet-ontvankelijk is en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 13 januari 2026.