Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10512

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/09/682468 / FA RK 25-2268
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 1:25c Burgerlijk WetboekArt. 8 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geboortegegevens van vluchteling met Nederlandse nationaliteit

Verzoeker, een persoon die vanuit het buitenland naar Nederland is gevlucht, heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen bij Koninklijk Besluit. In de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage ontbreekt een geboorteakte van verzoeker. Verzoeker verzoekt de rechtbank om de noodzakelijke geboortegegevens vast te stellen voor het opmaken van een geboorteakte.

De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift, correspondentie tussen verzoeker en de ambtenaar van de burgerlijke stand, en de registratie in de Basisregistratie Personen (BRP). De ambtenaar heeft uiteindelijk geen bezwaar tegen de vaststelling van de geboortegegevens zoals door verzoeker verzocht.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikt over een geboorteakte die volgens de plaatselijke voorschriften is opgemaakt en dat hij deze ook niet kan verkrijgen vanwege zijn vlucht uit het buitenland. De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. De geboorteplaats wordt vastgesteld zoals door verzoeker verzocht, ondanks een eerdere suggestie van de ambtenaar om een andere geboorteplaats te registreren.

De rechtbank besluit de naam, geboortedatum, geboorteplaats en het geslacht van verzoeker vast te stellen zoals verzocht, zonder oudergegevens vast te stellen omdat daarvoor geen verzoek is gedaan. De beschikking is uitgesproken op 24 maart 2026 door rechter A.M. Brakel.

Uitkomst: De rechtbank stelt de geboortegegevens van verzoeker vast zoals verzocht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2268
Zaaknummer: C/09/682468
Datum beschikking: 24 maart 2026

Vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 26 maart 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.A.E.C.J. Hooft te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 8 juli 2025, met bijlage, namens verzoeker;
- de brief van 11 november 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 8 december 2025 namens verzoeker;
- de brief van 16 december 2025 van de ambtenaar.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak zonder zitting afgedaan.

Feiten

 Verzoeker is vanuit [land] naar Nederland gevlucht.
 In de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente ’s-Gravenhage komt geen geboorteakte van verzoeker voor.
 Verzoeker heeft bij Koninklijk Besluit van 19 november 2003 ([nummer]) de Nederlandse nationaliteit verkregen. Hierbij is de geslachtsnaam vastgesteld als ‘ [geslachtsnaam] ’ en de voornaam als ‘ [voornaam] ’.
 In de Basisregistratie personen (BRP) staat verzoeker geregistreerd als “ [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats 1] ( [land] ).

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank –voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad– de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens zal vaststellen:
Naam : [verzoeker]
Geboortedatum : [geboortedatum] 1955
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] ( [land] )
Geslacht : M
De ambtenaar heeft (uiteindelijk) geen bezwaar tegen de verzochte vaststelling van de geboortegegevens.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Verzoeker woont in Nederland, zodat gelet op het bepaalde in artikel 3, aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
De rechtbank Den Haag is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, omdat de vaststelling van de geboortegegevens op grond van artikel 1:25c Burgerlijk Wetboek (BW) dient plaats te vinden in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:25c, lid 1, BW, kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
  • a) die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest,
  • b) die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, of
  • c) op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Omdat verzoeker de Nederlandse nationaliteit bezit, kan hij worden ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is gebleken dat geen geboorteakte van verzoeker is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage en onder de overgelegde stukken bevindt zich ook geen geboorteakte van verzoeker. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikt over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte en deze ook niet kan verkrijgen, omdat hij vanuit [land] naar Nederland is gevlucht. De ambtenaar heeft dit niet weersproken en daarbij gesteld dat uit de BRP volgt dat verzoeker in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarom moeten de geboortegegevens worden vastgesteld zoals bedoeld in artikel 1:25c BW.
De ambtenaar heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen vaststelling van de geboortegegevens van verzoeker zoals deze oorspronkelijk in Nederland zijn vastgelegd en geregistreerd. Daarbij heeft de ambtenaar aangegeven dat in de BRP als geboorteplaats van verzoeker is vermeld “ [geboorteplaats 1] , [land] ”, maar dat verzoeker in het nader gehoor heeft verklaard dat hij is geboren in [geboorteplaats 2] , [land] en dat “ [geboorteplaats 1] ” gemeente dan wel dorp betekent. De ambtenaar heeft daarom geadviseerd om “ [geboorteplaats 2] , [land] ” als geboorteplaats op te nemen. Verzoeker heeft bij brief van 8 december 2025 zich hiertegen gemotiveerd verweerd. Hierop heeft de ambtenaar ingestemd met het verzoek om de geboorteplaats van verzoeker vast te stellen als “ [geboorteplaats 1] , [land] ” in plaats van de door de ambtenaar voorgestelde geboorteplaats van “ [geboorteplaats 2] , [land] ”.
De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen over de omstandigheden waaronder de geboorte van verzoeker moet hebben plaatsgehad. De rechtbank zal bij de vast te stellen geboortegegevens uitgaan van de door verzoeker verzochte gegevens voor hemzelf, omdat de ambtenaar hiertegen uiteindelijk ook geen bezwaar heeft.
De rechtbank zal geen oudergegevens vaststellen, omdat daarvoor geen aanwijzingen zijn verkregen en verzoeker hiertoe geen verzoek heeft gedaan.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande beslissen zoals hierna is vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
naam : [verzoeker]
Voornamen : -
Geboortedatum : [geboortedatum] 1955
Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] , [land]
Geslacht : M (mannelijk)
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2026.