6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier geweldsdelicten. Op 16 augustus 2020 heeft hij zich schuldig gemaakt aan mishandeling en poging tot zware mishandeling van zijn ex-partner [slachtoffer 1] . Daarnaast heeft hij zich op 26 april 2025 wederom schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 1] . Bij deze mishandeling was hun dochter van vijf jaar oud aanwezig. Uit de slachtofferverklaring en de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt dat [slachtoffer 1] door de geweldshandelingen angstig en depressief is geworden. Ze heeft zowel na de mishandeling en de poging tot zware mishandeling in 2020 als na de mishandeling in 2025 EMDR-therapie gevolgd.
De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] op 25 januari 2025. Uit de slachtofferverklaring en de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt dat [slachtoffer 2] sinds de geweldshandelingen angstig is, slecht slaapt, zich gespannen voelt, haar concentratie is verminderd en zij zich sneller overprikkeld voelt. Daarnaast heeft zij een litteken bij haar oog overgehouden die haar telkens herinnert aan de geweldshandelingen. [slachtoffer 2] is na de geweldshandelingen gestart met EMDR-behandelingen bij de psycholoog.
Het valt op dat de verdachte keer op keer zonder noemenswaardige aanleiding agressief is geworden en is overgegaan tot zeer grof geweld tegen verschillende vrouwen. Hij heeft daarmee een grove inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit. De rechtbank neemt de verdachte dit alles zeer kwalijk.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 september 2025. De verdachte is veelvuldig veroordeeld voor geweldsfeiten, waarvan het eerste geweldfeit is gepleegd in 2005. Verder volgt uit het strafblad van de verdachte dat hij vanaf 2018 vele malen is veroordeeld voor mishandeling van zijn (ex)partner en dat ook in de afgelopen vijf jaren het geweld tegen zijn partner is doorgegaan. Verder constateert de rechtbank dat de verdachte in een proeftijd liep van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. Deze straf was opgelegd voor mishandeling van zijn (ex)partner [slachtoffer 1] . De rechtbank weegt het één en ander in strafverzwarende zin mee.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende rapportages:
- de Pro Justitia-rapportage van 12 september 2025, opgesteld door GZ-psycholoog drs. [naam 1] ;
- de Pro Justitia-rapportage van 16 september 2025, opgesteld door psychiater dr. [naam 2] ;
- het reclasseringsadvies van 8 oktober 2025, opgesteld door drs. [naam 3] .
De Pro Justitia-rapportages
In de Pro Justitia-rapportage (hierna: PJ-rapportage) van 12 september 2025 concludeert GZ-psycholoog drs. [naam 1] dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. De psycholoog adviseert de aan hem ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen. Door de antisociale persoonlijkheidsstoornis is de verdachte niet geneigd om risicovolle situaties uit de weg te gaan of hulp te zoeken, kan hij niet goed omgaan met spanningen en is hij beperkt in zijn mogelijkheid om zichzelf af te remmen. Dit leidt tot impulsiviteit en gebrekkige zelfcontrole. Daarnaast remmen gevoelens van schuld of schaamte de verdachte weinig af, aangezien deze vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis beperkt zijn. De psycholoog schat het recidiverisico op korte termijn in als gemiddeld en op (middel)lange termijn in als hoog. In het leven van de verdachte is een patroon zichtbaar van instabiliteit en agressie. De verdachte heeft een beperkt vermogen om naar zichtzelf te kijken, plaatst verantwoordelijkheden veelal buiten zichzelf en gaat behandeling niet aan. Hierdoor blijft het risico op terugval in agressief gedrag onverminderd hoog. De psycholoog adviseert een klinische behandeling gericht op het vergroten van inzicht in zijn persoonlijkheidsstoornis en het uitbreiden van copingvaardigheden. Een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zoals een ambulante behandeling is volgens de psycholoog niet aangewezen, omdat dit geen zoden aan de dijk zet en te vrijblijvend is. Volgens de psycholoog blijft dan het kader van een terbeschikkingstelling over. Een terbeschikkingstelling met voorwaarden heeft de voorkeur, gezien de flexibiliteit in het creëren van mogelijkheden om tijdens verlof te oefenen en het opbouwen van beschermende factoren. Doordat de verdachte zich niet gemotiveerd toont voor een klinische opname is het wel de vraag in hoeverre een tbs-maatregel met voorwaarden kans van slagen heeft en een omzetting naar een tbs-maatregel met dwangverpleging dreigt. Het direct opleggen van een tbs-maatregel met dwangverpleging is ook mogelijk. Dit is wel een meer ingrijpend en minder flexibel kader.
In de PJ-rapportage van 16 september 2025 concludeert de psychiater dr. [naam 2] eveneens dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en concludeert hij dat deze gepaard gaat met een gestoorde regulatie van agressieve impulsen. Als gevolg van de uit de persoonlijkheidsproblematiek voortkomende gestoorde regulatie van agressieve impulsen zal de verdachte in het geval van een bewezenverklaring minder goed in staat zijn geweest om in het geval van conflicten zijn agressie te reguleren. Dit terwijl hij door zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis eerder geneigd is om over de grenzen van mensen heen te gaan, waardoor eerder conflicten zullen ontstaan. Vervolgens zal tijdens conflicten eerder een grote boosheid ontstaan die verdachte onvoldoende kan beheersen. Het risico op recidive wordt hoog ingeschat. De psychiater adviseert bij bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten, deze feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Het is ter beperking van het recidivegevaar nodig dat de verdachte behandeling krijgt voor zijn gestoorde regulatie van agressieve impulsen en zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het is daarnaast nodig om tijdens de behandeling ook een forensisch toezicht op te leggen zodat verdachte geholpen kan worden om zijn positieve levensdoelen in de praktijk te brengen en kan worden voorkomen dat hij afglijdt. Derhalve is het advies om de behandeling klinisch te beginnen zodat er een begin kan worden gemaakt met het leren beheersen van agressie, er kan worden gewerkt aan delictscenario's en aan het beheersbaar maken van de sociale problematiek, voordat verdachte terugkeert in de maatschappij. Gezien de ernst van de pathologie, de eerdere pogingen om het gedrag van verdachte bij te sturen, de ernst van het ten laste gelegde en het hoge recidivegevaar adviseert de psychiater de tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen. Volgens de psychiater is namelijk de verwachting dat bij een langdurige klinische behandeling in het kader van tbs met
dwangverplegingook beschermende factoren verloren kunnen gaan, zoals de contacten voor het krijgen van werk of de relatie van de verdachte. De psychiater schrijft dat de verdachte gemotiveerd is voor gedragsverandering en heeft aangegeven te zullen meewerken aan behandeling. Naast de tbs-maatregel adviseert de psychiater om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen zodat het toezicht ook door kan gaan als de tbs-maatregel wordt beëindigd. Een behandeling op basis van een voorwaardelijk strafdeel wordt niet geadviseerd, omdat dan het risico bestaat dat verdachte bij een tenuitvoerlegging onbehandeld terug zal keren in de maatschappij, wat bij de tbs-maatregel met voorwaarden niet zal gebeuren.
Het reclasseringsadvies
De rechtbank heeft ook acht geslagen op een reclasseringsadvies over de verdachte van 8 oktober 2025. De reclassering schat het risico op recidive en letsel hoog in. De reclassering adviseert negatief over de tbs-maatregel met voorwaarden. Volgens de reclassering dient er bij de tbs-maatregel met voorwaarden sprake te zijn van enig ziekte-inzicht en bereidheid tot behandeling. De verdachte heeft tegen de reclassering gezegd dat hij geen agressieprobleem heeft waaraan moet worden gewerkt. Volgens de reclassering geeft de verdachte geen enkele blijk van enige intrinsieke motivatie voor gedragsverandering. Volgens de reclassering moet er een intensieve, langdurende klinische behandeling (FPK) binnen een strikt- en gestructureerd kader zonder tijdsdruk plaatsvinden. De verdachte heeft in het verleden een patroon laten zien van het niet nakomen van afspraken bij De Waag waardoor het niet tot een behandeling is gekomen. Gelet op de weerstand van de verdachte in het verleden, acht de reclassering een stevig kader noodzakelijk om het recidiverisico te beperken.
De reclassering adviseert bij een veroordeling tot tbs of tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z Sr op te leggen.
Aanvullende verklaringen van de deskundigen
In de schriftelijke bijdrage van 12 januari 2026 heeft de psycholoog op verzoek van de rechtbank een schriftelijke reactie gegeven op het reclasseringsadvies. De psycholoog schrijft dat een klinische opname noodzakelijk zal zijn vanwege het verhoogde recidiverisico en de kans op een gedragsverandering bij verdachte en het doorbreken van zijn delictpatroon te vergroten. Nu de verdachte in het gesprek met de reclassering verder lijkt te zijn verhard in zijn standpunten ten opzichte van het ten laste gelegde en zijn aandeel hierin, kan de psycholoog zich vinden in de conclusies van de reclassering. Volgens de psycholoog blijft dan de tbs-maatregel met dwangverpleging over.
De psychiater dr. [naam 2] was aanwezig tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak en heeft dus ook kennis genomen van de verklaringen en houding van de verdachte ter zitting. De psychiater heeft verklaard dat hij motivatie en enig ziektebesef ziet bij de verdachte, maar dat hij door zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis dit niet zelf kan oplossen en behandeling nodig heeft. De psychiater staat nog steeds achter zijn eerder opgestelde PJ-rapportage en denkt dat de tbs-maatregel met voorwaarden passend is.
De deskundige die het reclasseringsadvies heeft opgesteld, drs. [naam 3] , was ook aanwezig tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak. Hij stelt zich op het standpunt dat de tbs-maatregel met dwangverpleging het beste kader is, gelet op het gebrek aan ziektebesef van de verdachte.
De tbs-maatregel met voorwaarden
De rechtbank gaat uit van de PJ-rapportages van de psycholoog en de psychiater, aangezien deze conclusies en adviezen worden gedragen door een uitgebreide en deugdelijke onderbouwing, zodat er geen reden bestaat om aan de juistheid van deze adviezen te twijfelen. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de hare. De rechtbank zal, conform de PJ-rapportages, de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan de verdachte toerekenen. De rechtbank is, net als de deskundigen, van oordeel dat het noodzakelijk is dat de verdachte wordt behandeld voor zijn problematiek om zo te voorkomen dat hij nieuwe strafbare feiten pleegt. De rechtbank ziet het kader van de tbs-maatregel als enige passende juridische kader om te waarborgen dat de verdachte die behandeling krijgt.
De rechtbank volgt de deskundigen in hun advies dat een stevig kader nodig is, omdat gebleken is dat de eerdere ambulante behandelinterventies ontoereikend waren voor het verminderen van het recidiverisico. De rechtbank is, alle adviezen afwegend, van oordeel dat het op dit moment het meest passend is om de tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen, aangezien de rechtbank, anders dan uit de rapportages naar voren leek te komen, op de terechtzitting wel degelijk enig ziektebesef en reflectief vermogen heeft gezien bij de verdachte en hij daar ook heeft verklaard dat hij bereid is om zich aan de voorwaarden van een tbs-maatregel met voorwaarden te houden. Verder is het ten behoeve van het behoud van de beschermende factoren, zoals zijn contacten voor het verkrijgen van werk en de relatie met zijn huidige vriendin met wie de verdachte ook samenwoonde voorafgaande aan de voorlopige hechtenis, van belang om de verdachte de kans te geven om na de klinische opname zijn leven onder diverse voorwaarden en begeleiding van de reclassering te kunnen oppakken.
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de tbs-maatregel. De door de verdachte onder 2 primair (poging tot zware mishandeling) en onder 3 primair (poging tot zware mishandeling) bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven zoals omschreven in artikel 37a, eerste lid, sub 2, Sr waarvoor de maatregel kan worden opgelegd, aangezien op deze misdrijven een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Volgens de PJ-rapportages bestond tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten bij de verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast vereist de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen dat de maatregel wordt opgelegd, aangezien naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een hoog recidiverisico. Ook is voldaan aan de eis van artikel 38, vijfde lid, Sr, nu de verdachte zich ter terechtzitting bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarden. De rechtbank acht het niet noodzakelijk om, zoals de raadsman heeft gesuggereerd, de reclassering alsnog te vragen de aan de tbs-maatregel te stellen voorwaarden te formuleren, nu de rechtbank dat zelf kan.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de tbs-maatregel met voorwaarden opleggen. De maatregel wordt, gelet op hetgeen de rechtbank hiervóór en in de bewijsmiddelen over de feiten heeft overwogen, opgelegd ter zake van misdrijven die waren gericht tegen en die gevaar hebben veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Aan deze maatregel zullen ter bescherming van de veiligheid van anderen door de rechtbank geformuleerde voorwaarden worden verbonden:
geen strafbare feiten plegen;
meewerken aan reclasseringstoezicht;
klinische opname in een zorginstelling;
begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
ambulante behandeling;
meewerken aan middelencontrole;
dagbesteding;
meewerken aan schuldhulpverlening/beschermingsbewind;
niet naar het buitenland (reisverbod);
contactverbod [slachtoffer 1] ;
contactverbod [slachtoffer 2] ;
locatieverbod straat [straatnaam 1] , [postcode 1] te [plaats 2] ;
locatieverbod straat [straatnaam 2] , [postcode 2] te [plaats 2] .
Dadelijke uitvoerbaarheid
In de ernst van de problematiek van de verdachte en het feit dat sprake is van een hoog recidiverisico, ziet de rechtbank aanleiding om conform artikel 38, zesde lid, Sr te bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
De 38z-maatregel
Uit de PJ-rapportages volgt dat behandeling noodzakelijk is om gedragsverandering bij de verdachte teweeg te brengen. Er moet rekening mee worden gehouden dat het recidiverisico na afloop van de tbs-maatregel nog niet voldoende is teruggedrongen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het noodzakelijk dat de 38z-maatregel wordt opgelegd in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen. De rechtbank stelt verder vast dat aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr is voldaan. De rechtbank gelast immers de terbeschikkingstelling van de verdachte.
De 38v-maatregel
Nu reeds het contactverbod en het locatieverbod in de voorwaarden van de tbs-maatregel met voorwaarden zijn opgenomen, acht de rechtbank het niet opportuun een maatregel ex artikel 38v Sr op te leggen die bestaat uit dezelfde verboden. Daarom zal de rechtbank niet een artikel 38v-maatregel opleggen.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat er naast de tbs-maatregel met voorwaarden ook een straf aan de verdachte moet worden opgelegd. De ernst van de feiten maakt dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie, omdat zij in het nadeel van de verdachte de ernst van de feiten en de veroordelingen voor vele geweldsdelicten zwaarder laat wegen.
Indicatiestelling Forensische ZorgDe reclassering heeft nog geen
Indicatiestelling Forensische Zorg aangevraagd. Er is dus nog geen kliniek waar de verdachte kan worden geplaatst. Dat dient alsnog zo spoedig mogelijk te gebeuren,opdat de verdachte na zijn detentie zo snel mogelijk in een kliniek kan worden opgenomen.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst vanaf het moment dat de verdachte terecht kan in een kliniek voor klinische behandeling. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zullen dezelfde voorwaarden worden verbonden als die aan de tbs-maatregel zijn verbonden.