Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;
Rechtbank Den Haag
De huurder heeft de verhuurder meerdere malen geïnformeerd over vocht- en schimmelproblemen in de gehuurde woning, die vanaf het begin van de huurperiode aanwezig waren. Na inspecties en herstelwerkzaamheden door de verhuurder zijn de gebreken grotendeels verholpen. De huurder vorderde herstel van diverse gebreken, huurprijsvermindering over verschillende perioden en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de meeste herstelvorderingen niet gegrond zijn omdat de gebreken zijn verholpen of niet als zodanig kwalificeren. De vocht- en schimmelproblematiek werd erkend als gebrek dat recht geeft op huurprijsvermindering voor de periode van 16 december 2024 tot 1 augustus 2025 (30%) en van 20 november 2025 tot 11 december 2025 (20%). Voor de overige perioden werd geen huurprijsvermindering toegekend.
De gevorderde schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van onbewoonbaarheid. De verhuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde huur. De huurder werd veroordeeld tot betaling van een huurachterstand, verminderd met de huurprijsvermindering. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Huurprijsvermindering wordt deels toegewezen voor perioden met vocht- en schimmelproblemen; overige vorderingen worden afgewezen; verhuurder moet teveel betaalde huur terugbetalen en huurder moet huurachterstand voldoen.