Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 7 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 16 januari 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 februari 2025 van de vrouw;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek van de man;
- het verweer van de vrouw tegen het zelfstandig verzoek van de man, tevens aanvullend verzoekschrift van de vrouw;
- het verweer van de man tegen het aanvullend verzoek van de vrouw, tevens zelfstandig verzoek van de man;
- het F9-formulier van 12 februari 2026 van de vrouw, met bijlagen.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam 1] , waarnemend voor de advocaat van de man;
- [naam 2] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- primair:opneming van de door de vrouw / partijen opgestelde onderlinge regeling van de betrekkingen van partijen na de echtscheiding ter zake van de zorg- en contactregeling en overige voorzieningen voor de minderjarigen, zoals neergelegd in het aan het verzoekschrift aangehechte concept-ouderschapsplan;
- subsidiair: vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen bij de man zijn:
Beoordeling
- Welke zorgregeling is in het belang van de kinderen?
- Is het in het belang van de kinderen nodig dat er een informatie- en consultatieregeling wordt vastgesteld?
- Zijn er zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en zo ja, welke zorgen en is daarvoor hulpverlening geïnitieerd?
voorlopigezorgregeling zal vaststellen, conform hetgeen de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bepaald in het vonnis van 14 oktober 2025, welke is hersteld bij vonnis van 26 november 2025 van deze rechtbank. De rechtbank gaat ervan uit dat de man deze voorlopige zorgregeling nakomt en dat hij contact opneemt met de vrouw als het hem niet lukt om op de afgesproken tijden er voor de kinderen te zijn.
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2023 te [geboorteplaats] ;
voorlopigezorgregeling, inhoudende dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de ene week op zondag van 15:00 uur tot 19:00 uur bij de man zijn en dat [minderjarige 3] en [minderjarige 4] de andere week op zondag van 15:00 uur tot 19:00 bij de man zijn;
1 oktober 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
ten aanzien van de definitieve zorgregeling, de informatie- en consultatieregeling en de kinderalimentatieaan in afwachting van het raadsonderzoek en de te verkrijgen (financiële) informatie, zoals aan de man verzocht.