ECLI:NL:RBDHA:2026:10479
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verordening Oostenrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 21 april 2026 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL26.16988) is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door voorzieningenrechter P.J. Blok in aanwezigheid van griffier S.N. Lekatompessij. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.