ECLI:NL:RBDHA:2026:10461
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Portugal
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Eiser voert aan dat hij in Portugal onder erbarmelijke omstandigheden verbleef, met structurele tekortkomingen in opvang en medische zorg, onderbouwd met documenten en het AIDA-rapport 2025. Hij stelt dat hij geen effectieve klachtenmogelijkheden heeft in Portugal.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Portugal zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij eiser concreet en aannemelijk maakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank vindt de aangevoerde tekortkomingen niet structureel en zwaarwegend genoeg om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat eiser geen toegang heeft tot Portugese autoriteiten of medische zorg. De klachtenprocedure lijkt te functioneren en Portugal heeft toegezegd de aanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter E.M.A. Vinken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.