ECLI:NL:RBDHA:2026:10452
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met Turkse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Hij betwist het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland en stelt dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zijn bezwaren te uiten.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen of dat hij geen adequate rechtsbijstand kan krijgen.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat de overdracht aan Duitsland een onevenredige hardheid oplevert op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en gemotiveerd is genomen en verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard.