ECLI:NL:RBDHA:2026:10450
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, met Somalische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Hij stelt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, dat hij geen adequate rechtsbijstand kreeg en vreest onmenselijke behandeling bij overdracht.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om aan te tonen dat Duitsland zijn verplichtingen schendt of dat er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Eiser heeft geen objectieve informatie of bewijs overlegd en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen rechtsmiddelen in Duitsland heeft.
Verder kan de rechtbank binnen de Dublinprocedure niet toetsen of indirect refoulement dreigt, tenzij het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, wat hier niet het geval is. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.