ECLI:NL:RBDHA:2026:10417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige problemen met Al-Shabaab
Eiser, een Somalische ondernemer, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Mogadishu door Al-Shabaab werd bedreigd en afpersing ondervond. Hij deed aangifte na bedreigingen en de moord op een collega, maar kon zijn verhaal niet met documenten onderbouwen.
De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over problemen met Al-Shabaab en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of ernstig persoonlijk risico bij terugkeer. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid aan de hand van de nieuwe werkinstructie 2024/6 en oordeelde dat de minister niet in strijd met EU-recht handelde.
De rechtbank vond dat de minister terecht twijfelde aan de samenhang en consistentie van eisers relaas, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van concrete details. Ook het ontbreken van documenten zoals aangifte of verhoorrapporten woog mee.
Verder concludeerde de rechtbank dat de algemene verslechtering van de situatie in Mogadishu onvoldoende is om een individueel verhoogd risico aan te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van problemen met Al-Shabaab en gebrek aan gegronde vrees voor vervolging.