ECLI:NL:RBDHA:2026:10354
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 7 april 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld en geoordeeld dat het onderliggende beroep (zaaknummer NL26.19450) reeds is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 29 april 2026 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.