ECLI:NL:RBDHA:2026:10317
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Frankrijk
Verzoekers, waaronder minderjarige kinderen, hadden een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tegen dit besluit hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.19466), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.A. van Hoof en griffier N. Habibi, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.