Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 juni 2025 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de bodemzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
De voorzieningenrechter constateerde dat de minister bij het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, wat heeft geleid tot een gegrond verklaard beroep in de bodemzaak. Op grond hiervan veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door de voorzieningenrechter mr. B.F.Th. de Roos te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.