Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Werkneemster trad op 15 juli 2024 in dienst bij de Staat met een tijdelijke arbeidsovereenkomst van één jaar, bedoeld om haar geschiktheid voor de functie van Senior Adviseur te beoordelen. De arbeidsovereenkomst zou bij goed functioneren worden omgezet in een vast contract. Tijdens haar dienstverband werden zowel positieve punten als aandachtspunten in haar functioneren vastgesteld, met name op het gebied van leidinggeven, organisatiesensitiviteit en samenwerking.
In april 2025 ontstonden communicatieproblemen met een coördinator, wat leidde tot een driegesprek. Werkneemster uitte kritiek op de coördinator en stelde in een e-mail aan de directeur dat veiligheidsproblemen niet adequaat werden opgepakt. Haar leidinggevenden wezen haar meerdere malen op verbeterpunten. Op 13 mei 2025 werd haar telefonisch meegedeeld dat haar contract niet zou worden verlengd.
De Geschillencommissie Rijk oordeelde dat de Staat de arbeidsovereenkomst had moeten verlengen, maar de Staat besloot dit advies niet over te nemen. Werkneemster vorderde nakoming van de toezegging tot een vast contract en betaling van salaris vanaf 15 juli 2025. De kantonrechter oordeelde dat de Staat binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid redelijk heeft geoordeeld dat werkneemster niet volledig aan de functiecompetenties voldeed en wees de vorderingen af. Werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering af omdat de Staat redelijk heeft geoordeeld dat werkneemster niet volledig aan de functiecompetenties voldoet.