Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de
wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van de in artikel 157 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafecht omschreven brandstichting en/of ontploffing ten aanzien van één of meer (vooralsnog) onbekend gebleven objecten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten is, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten een doos met daarin een plastic zak bevattende (ongeveer 400 gram) flitspoeder en/of een (vlucht)scooter (fatbike) en/of het dragen van gezichtsbedekkende kleding, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging, althans
alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Improvised Explosive Device (IED) (bestaande uit een rechthoekig pakket omwikkeld met DUCT-tape met uit één hoek een vuurwerklont stekende, en bevattende ongeveer 300 gr flitspoeder), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;
3.De bewijsbeslissing
hij op 16 mei 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van de in artikel 157 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafecht omschreven brandstichting en/of ontploffing ten aanzien van één of meer onbekend gebleven objecten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten is, opzettelijk voorwerpen,
en eenstof, en
eenvervoermiddel, te weten een doos met daarin een plastic zak bevattende ongeveer
300gram flitspoeder, een fatbike en gezichtsbedekkende kleding, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft voorhanden heeft gehad;
hij op 16 mei 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging
met een ander, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Improvised Explosive Device (IED), bestaande uit een rechthoekig pakket omwikkeld met DUCT-tape met uit één hoek een vuurwerklont stekende, en bevattende ongeveer 300 gram flitspoeder, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
60 (ZESTIG) DAGEN;
door de rechtbank begroot op 28 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
32 (TWEEËNDERTIG) DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (TWEE) jaarvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, te weten
So-Cool Regulier, voor de duur van
40 (VEERTIG) UREN;
20 (TWINTIG) DAGEN;