ECLI:NL:RBDHA:2026:10286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Kameroense homoseksuele vreemdeling bevestigd
Eiser, een Kameroense nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg asiel aan op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn land van herkomst. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van eisers identiteit en zijn asielmotieven, en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onzorgvuldigheid van de minister bij het niet tijdig reageren op een uitstelverzoek, onvoldoende rekening houden met zijn referentiekader tijdens het nader gehoor, en onterecht ongeloofwaardig achten van zijn identiteit en homoseksuele gerichtheid. De rechtbank oordeelt dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld en voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn identiteit en dat zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer in Kameroen een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade loopt.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen gegronde vrees voor vervolging.