Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Dienstplicht onder het Assad-regime6.1. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer naar Syrië te vrezen heeft voor vervolging omdat hij dienstplichtig was onder het Assad-regime. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat de dienstplicht na de val van het regime van Assad op 8 december 2024 door de overgangsregering is beëindigd [1] en dat er een algemene amnestie voor dienstplichtigen in het Syrisch leger is aangekondigd. [2] Nu voor dienstweigeraars en deserteurs het Assad-regime de enige dader van vervolging was, is de gestelde vrees voor vervolging naar het oordeel van de rechtbank weggenomen. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiser geen individuele, concrete aanknopingspunten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat hij te vrezen heeft voor gedwongen rekrutering vanuit andere partijen. Eisers betoog dat verweerder had moeten onderzoeken of de huidige autoriteiten daadwerkelijk in staat en bereid zijn bescherming te bieden tegen dwangrekrutering, volgt de rechtbank dan ook niet.
Verweerder heeft daarbij kunnen concluderen dat de dalende trend in geweldsincidenten ook in Damascus, het gebied van terugkeer van eiser, te zien is. Uit het ambtsbericht van januari 2026 blijkt dat Damascus onder controle staat van de overgangsregering. In de verslagperiode fluctueerde het maandelijkse aantal geweldsincidenten tussen 2 (november 2025) en 17 (juli 2025). In vergelijking met de voorgaande verslagperiode was sprake van een daling van het aantal geregistreerde geweldsincidenten in Damascus. Verder waren er in Damascus vier incidenten met ontplofbare oorlogsresten. In de verslagperiode was sprake van ontheemding in Damascus, maar het is niet duidelijk in hoeverre dit verband hield met conflictgerelateerd geweld. In de verslagperiode keerden echter ook naar schatting 12.194 binnenlands ontheemden terug naar hun oorspronkelijke woonplaats in Damascus. Dat verweerder geen concrete en regiospecifieke beoordeling heeft gemaakt van de situatie in Damascus, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet.
- In de eerste situatie worden de humanitaire omstandigheden niet veroorzaakt door doelbewust handelen of nalaten van een overheid of niet-overheidsactor.
In de eerste situatie geldt een zwaardere toets dan in de tweede situatie en ligt de lat voor eiser daarmee hoger.