Eisers, een Colombiaanse vrouw en haar minderjarige kinderen, vroegen asiel aan vanwege seksueel misbruik door (pos-)FARC-leden en bedreiging. Verweerder stelde de identiteit en nationaliteit van eisers geloofwaardig, maar achtte de problemen met de (pos-)FARC-leden niet geloofwaardig en wees de aanvraag af.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat de problemen met de (pos-)FARC-leden ongeloofwaardig zijn. Het ambtsbericht Colombia toont aan dat verschillende dissidente groepen van de FARC actief zijn en betrokken zijn bij seksueel geweld, wat het relaas van eiseres ondersteunt. Verweerder moet dit opnieuw beoordelen.
Daarnaast faalde verweerder in de beoordeling van de bescherming die eisers bij terugkeer kunnen verwachten, wat ook strijdig is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, maar eisers krijgen proceskostenvergoeding.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding van in totaal €2.335,-.