De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met haar minderjarige kinderen naar [plaats], [land] te reizen van 17 april tot en met 3 mei 2026. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen. De omgangsregeling is beperkt tot één uur videobelcontact per week vanwege eerdere geweldsincidenten van de vader richting de moeder.
De vader verzette zich mondeling tegen de reis vanwege een familieruzie en de vrees dat de moeder permanent in [land] zou blijven met de kinderen. De rechtbank erkende het verdriet van de vader over het beperkte contact, maar achtte dit niet relevant voor de belangenafweging in deze procedure. De rechtbank nam kennis van het hulpverleningstraject dat begeleide omgang zal bevorderen.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen is om met de moeder op vakantie te gaan, temeer daar er geen negatief reisadvies voor [land] geldt en de moeder een woning en school in Nederland heeft. De vader had onvoldoende onderbouwd dat de familieruzie de veiligheid van de kinderen zou bedreigen. De moeder moet binnen een week een kopie van de retourtickets aan de vader verstrekken. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.