ECLI:NL:RBDHA:2026:10241
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker, van Russische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 24 februari 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep kennelijk ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.