Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Inleiding
2.De procedure
3.De feiten
Zoals eerder besproken hierbij het addendum voor de wijziging van de overeenkomst. Als je akkoord bent verder stuur ik het via SignRequest. ”
Artikel 3. Uren en vergoeding
Dank voor je email. Afgelopen week hebben we met elkaar gesproken en ik heb mijn punten een beetje toegelicht. Ik zou verder met een email komen. Uit het gesprek van 6 september j.l. was ik in veronderstelling dat ik zou vooruitgaan in een nieuwe overeenkomst. Nu ben ik niet zeker of dit voorstel aan mij vooruitgang biedt.
Specifiek voor deze periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 zal het in art. 3.2 genoemde voorschotbedrag bedrag vast worden uitbetaald onafhankelijk van de opbrengsten die voortvloeien uit de vergoedingssystematiek uit art. 3. 1 voor zover dit niet is te wijten aan opdrachtnemer.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
Indien de opdrachtnemer krachtens een in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf aangegane overeenkomst werkzaamheden heeft verricht waarvoor de overeenkomst geen vergoeding bepaalt, terwijl ook onvoldoende duidelijke aanknopingspunten bestaan om het loon op de gebruikelijke wijze te berekenen (bijvoorbeeld door het aantal gewerkte uren te vermenigvuldigen met het gebruikelijke uurloon), is de opdrachtgever ingevolge art. 7:405 lid 2 een Pro redelijk loon verschuldigd. Wat in een concreet geval als een "redelijk" loon heeft te gelden, zal onder meer afhangen van de aard en - zo nodig schattenderwijs te bepalen - omvang van de verrichte werkzaamheden en van hetgeen in de desbetreffende branche in het algemeen gebruikelijk is. Anders dan doorgaans het geval is bij de berekening van een gebruikelijk loon, kan aan de bepaling van een redelijk loon niet een nauwkeurige berekening ten grondslag gelegd worden. Daarom kunnen in een procedure geen hoge eisen gesteld worden aan de stelplicht van de opdrachtnemer omtrent het redelijke loon en aan de motivering door de rechter van zijn oordeel daaromtrent. De rechter zal in het algemeen kunnen volstaan met te vermelden welke omstandigheden hij naar aanleiding van het debat tussen partijen in aanmerking heeft genomen en hoe hij met inachtneming van die omstandigheden tot de bepaling van het redelijke loon is gekomen.”