Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 januari 2026 waarin zijn asielaanvraag als ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Aw uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank heeft onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit informatie van de gemachtigde blijkt dat er sinds 10 februari 2026 geen contact meer is geweest met eiser en dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft gemeld dat eiser vrijwillig is vertrokken zonder zijn verblijfplaats bekend te maken.
Op basis van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte internationale bescherming. Omdat er geen recent contact is en eiser vrijwillig is vertrokken, concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vrijwillig vertrek en geen recent contact.