In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het UWV vanwege het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit. Het UWV had de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, overschreden. De rechtbank constateert dat het UWV sinds de ingebrekestelling op 18 november 2025 niet heeft beslist en dat de overschrijding voortkomt uit een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank oordeelt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts vereist is, sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Op basis van eerdere uitspraken wordt het UWV een termijn van negen weken gegeven: zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het nemen van een besluit na die beoordeling.
Omdat het UWV nog geen datum voor de medische beoordeling heeft vastgesteld, moet het binnen deze termijn alsnog een besluit nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevestigt het landelijke beleid omtrent termijnen bij medische beoordelingen door het UWV. Het UWV wordt opgedragen binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen.