In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar door het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV had het bezwaar niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken behandeld, mede door een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Gelet op de noodzaak van een medisch advies van een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, wordt dit als een bijzonder geval aangemerkt. De rechtbank stelt een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de rechtbank Den Haag.