In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar door het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV had op 19 maart 2024 bepaald dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een WIA-uitkering, waartegen bezwaar was gemaakt. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden.
De rechtbank oordeelt dat vanwege het ontbreken van een medisch advies van een verzekeringsarts sprake is van een bijzonder geval, waardoor het UWV een termijn van negen weken krijgt om alsnog een besluit te nemen. Dit is conform eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor de besluitvorming wordt gehanteerd.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld op €1442. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het beroep wordt gegrond verklaard.