Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Vietnamese nationaliteit houdende vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, is op 10 april 2026 de maatregel van bewaring opgelegd wegens risico op onttrekking aan toezicht en het ontwijken van de uitzettingsprocedure. De maatregel is gebaseerd op zware gronden zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het niet opvolgen van vertrekbevelen, en lichte gronden zoals het ontbreken van een vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
Eiseres betwist de gronden, met name dat zij zich niet aan het toezicht zou hebben onttrokken en dat zij Nederland op de juiste wijze is binnengekomen. De rechtbank oordeelt echter dat de zware en lichte gronden feitelijk juist en voldoende onderbouwd zijn, en dat het risico op onttrekking aan het toezicht daarmee is aangetoond.
Eiseres stelt dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat zij het moment van terugkeer in vrijheid zou kunnen afwachten. De rechtbank volgt dit niet, omdat eiseres sinds 2012 geen stappen heeft ondernomen om te vertrekken en meerdere niet-inwilligbare verblijfsaanvragen heeft gedaan. Het enkele contact met de Internationale Organisatie voor Migratie is onvoldoende om vertrouwen te hebben in vrijwillig vertrek.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.