Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 27 juni 2025 te beëindigen. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden en dat het UWV nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank oordeelt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Op basis van eerdere uitspraken wordt het UWV een termijn van zes weken gegeven om de medische beoordeling te verrichten en drie weken daarna om het besluit te nemen, in totaal maximaal negen weken na verzending van de uitspraak.
Omdat niet bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden, legt de rechtbank het UWV op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.