Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10066

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
NL26.18840
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak wegens verzuim procesverloop in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak op het gebied van vreemdelingenrecht constateerde de rechtbank een kennelijke omissie in de uitspraak van 21 april 2026. De rechtbank had nagelaten te vermelden dat het onderzoek ter zitting was geschorst, dat de verweerder diezelfde dag documenten aan het dossier mocht toevoegen en dat de eiser tot uiterlijk 17 april 2026 kon reageren.

De rechtbank oordeelde dat deze omissie eenvoudig te herstellen was en voegde daarom onder het onderdeel Procesverloop de ontbrekende informatie toe. Na ontvangst van de reactie van de eiser op 16 april 2026 werd het onderzoek op 17 april 2026 gesloten.

De hersteluitspraak wijzigt de oorspronkelijke uitspraak inhoudelijk niet en heeft geen gevolgen voor de termijn van hoger beroep. De procedurele correctie zorgt voor een volledige en correcte weergave van het procesverloop, wat essentieel is voor de rechtszekerheid en transparantie van de procedure.

Uitkomst: De rechtbank herstelt een omissie in het procesverloop zonder inhoudelijke wijziging van de oorspronkelijke uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.18840

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat in de uitspraak van 21 april 2026 onder Procesverloop is verzuimd aan te geven dat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst, verweerder in de gelegenheid heeft gesteld diezelfde dag documenten aan het dossier toe te voegen en eiser daarop tot uiterlijk 17 april 2026 heeft kunnen reageren. Na ontvangst van de reactie van eiser op 16 april 2026, heeft de rechtbank het onderzoek op 17 april 2026 gesloten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een ook voor partijen kenbare kennelijke omissie die zich voor eenvoudig herstel leent.
3. Derhalve zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.

Beslissing

De rechtbank:
  • voegt onder Procesverloop toe dat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst, verweerder in de gelegenheid heeft gesteld diezelfde dag documenten aan het dossier toe te voegen en eiser daarop tot uiterlijk 17 april 2026 heeft kunnen reageren. Na ontvangst van de reactie van eiser op 16 april 2026, heeft de rechtbank het onderzoek op 17 april 2026 gesloten.
  • laat de uitspraak van 21 april 2026 voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan op 24 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

De uitspraak brengt geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.