ECLI:NL:RBDHA:2026:10060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 26 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 6 februari 2026 opgeheven vanwege een strafrechtelijke detentie van eiser. Op 26 maart 2026 stelde eiser beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak van 6 maart 2026 de rechtmatigheid van de gehele bewaringsperiode tot aan de opheffing op 6 februari 2026 reeds getoetst en bevestigd. Hierdoor ontbreekt aan eiser het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel.
De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter F.A. Groeneveld en griffier M. Stehouwer, en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de maatregel is opgeheven en de gehele periode reeds is getoetst.