ECLI:NL:RBDHA:2026:10060

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
NL26.16970
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 26 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 6 februari 2026 opgeheven vanwege een strafrechtelijke detentie van eiser. Op 26 maart 2026 stelde eiser beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak van 6 maart 2026 de rechtmatigheid van de gehele bewaringsperiode tot aan de opheffing op 6 februari 2026 reeds getoetst en bevestigd. Hierdoor ontbreekt aan eiser het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel.

De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter F.A. Groeneveld en griffier M. Stehouwer, en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de maatregel is opgeheven en de gehele periode reeds is getoetst.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16970

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 26 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Verweerder heeft op 6 februari 2026 de maatregel van bewaring opgeheven wegens een strafrechtelijke detentie van eiser.
Eiser heeft op 26 maart 2026 tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 maart 2026 gesloten.

Overwegingen

1. De maatregel van bewaring is op 6 februari 2026 opgeheven. In de uitspraak van 6 maart 2026 (in de zaak NL26.10617) heeft de rechtbank reeds de voortduring van de maatregel van bewaring tot het moment van opheffing daarvan op 6 februari 2026 getoetst, én rechtmatig bevonden. Dit betekent dat de gehele bewaringsperiode reeds is getoetst. Gelet hierop heeft eiser geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van dit vervolgberoep.
2. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.