ECLI:NL:RBDHA:2025:9811

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
NL25.1704
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vrijwillig vertrek naar land van herkomst

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

Tijdens de procedure overlegt verweerder een vertrekverklaring waaruit blijkt dat eiser op 3 april 2025 vrijwillig Nederland heeft verlaten en instemt met beëindiging van openstaande verblijfsprocedures.

De rechtbank oordeelt dat door het vrijwillige vertrek en de ondertekende verklaring eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vrijwillig vertrek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1704

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag
niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling
daarvan. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep.
2. Verweerder heeft op 7 april 2025 een vertrekverklaring overgelegd, waaruit blijkt dat eiser op 3 april 2025 uit Nederland naar zijn land van herkomst is vertrokken. De verklaring is ondertekend door eiser. Daarin verklaart hij dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat hij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd.
3. Het beroep is naar aanleiding van de vertrekverklaring niet ingetrokken. De rechtbank leidt uit de vertrekverklaring, in combinatie met het feit dat eiser vrijwillig naar zijn land van herkomst is vertrokken, af dat eiser geen aanspraak meer wenst te maken op een verblijfsvergunning asiel. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).