Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 14 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie aan hem is opgelegd. Eiser betoogt dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt omdat de Laissez-passer (LP)-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten al tweeënhalve maand geleden is ingediend zonder reactie.
De rechtbank heeft het beroep getoetst aan artikel 96, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en concludeert dat het voortduren van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig is. Uit het voortgangsrapport blijkt dat de LP-aanvraag op 12 maart 2025 is verzonden en dat verweerder regelmatig rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten, die de aanvraag zorgvuldig moeten behandelen.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.