ECLI:NL:RBDHA:2025:9726
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na gelijktijdige uitspraak beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 21 februari 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tegelijkertijd met het beroep heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de behandeling van het beroep op 8 mei 2025 behandeld, waarbij partijen en een tolk aanwezig waren.
Op 30 mei 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.9272). Gezien deze gelijktijdige uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier S. van den Broek.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.