Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Procesbelang
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 30 juni 2024 de toegang tot het Schengengebied geweigerd door de Koninklijke Marechaussee. De minister van Asiel en Migratie handhaafde deze weigering in een besluit van 4 oktober 2024. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar gaf op 2 december 2024 aan dat hij inmiddels bescherming geniet op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
De rechtbank behandelde het beroep op 27 mei 2025. Eiser stelde dat de minister hem ten onrechte de toegang had geweigerd, omdat hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt en geen bedreiging vormt. Tevens stelde hij dat hij recht heeft op schadevergoeding voor gemaakte kosten en dat een mogelijke registratie van de grensweigering gevolgen kan hebben voor toekomstige reizen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit, omdat hij inmiddels tijdelijke bescherming geniet en het beroep niet kan leiden tot het alsnog verkrijgen van toegang. Ook bleek onvoldoende aannemelijk dat de gestelde schade het gevolg is van het besluit. De mogelijke registratie van de grensweigering en de gevolgen daarvan waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor geen inhoudelijke behandeling plaatsvond en eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de grensweigering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.